Teguise, met rijk aandoende architectuur, was de eerste hoofdstad van het eiland en, samen met Betancuria, op het eiland Fuerteventura, de eerste stadskern van de Canarische Eilanden. Het betreft een goedbewaard stadsgezicht, met bekende straten, het Paleis van Los Spínola, en de conventen van Santo Domingo en van San Francisco. Dwalende door de wirwar van straatjes waan je je eeuwen terug in de tijd. Op zondag verbreekt een levendige markt de gebruikelijke stilte. Heel nabij, op de berg van Guanapay, richt het Castillo de Santa Bárbara de blik naar de horizon; het fort is recentelijk gerestaureerd en omgedoopt tot ‘emigrantenmuseum’. In de gemeente Teguise komen we over de weg naar Guatiza, omringd door nopalcactussen waarop de cochinille wordt gekweekt, en gelegen in een voormalige lavasteengroeve, bij de Cactustuin, de laatste landschapsarchitectuur van César Manrique.
Afgezien van de enorme variëteit aan cactussen is het vooral de indeling en de singuliere schoonheid die ons treft. In de hoogte speelt een maïsmolen met de wind, en de aanwezigheid van een restaurant maakt het ons mogelijk nog langer te genieten van deze uitzonderlijke tuin. In El Taro de Tahíche komen we, langs een mobiel beeldhouwwerk of windspeelgoed, bij de stichting César Manrique, voormalige privé-woning van César, nu omgedoopt tot actief museum waar regelmatig discussieforums en conferenties worden gehouden. De stichting waakt over de milieuwaarden van het eiland en probeert actief verder te werken in de richting die werd ingeslagen door de oprichter. Het gebouw is gelegen in een vulkaankrater en de luchtbellen in het vulkanisch gesteente zijn op formidabele wijze geïntegreerd in de woning.