Vis (
pescado), schaal- en schelpdieren komen op bijna ieder menu voor: inktvis (
calamares of
pulpo); kreeft (
langosta); schelvis (
merluza); tonijn (
atún); tong (
lenguado). De vis wordt gebakken (
frito), gestoofd (estofado) of gekookt (cocido).
Sancocho is gedroogde vis die gekookt wordt opgediend met aardappelen, spek, veel soorten groente, vlees, uien en knoflook. Men strooit er gofio overheen en eet er
mojo bij.
Tallo is in de zon gedroogde vis die, in repen gesneden, op een houtskoolvuurtje wordt geroosterd. Als het zwarte buitenlaagje er wordt afgekrabd, houdt men een lekker stuk wit vlees over, waarbij
papas en
mojo best smaken. Dat geldt trouwens ook voor Canarische visgerechten als
viejas (een op karper lijkende zeevis) en
cherma salada (stokvis). Garnalen en langoesten worden bereid op een met wat olie besmeerde metalen plaat of rooster:
gambas a la plancha en
l'angostinos a la parrilla.